Artikelen in de media

Als reactie op het stuk uit het NRC heeft de voorzitter de volgende reactie gegeven: 


Van wie zijn de Wadden? Van niemand alleen.

Met belangstelling lazen wij de opinie van Yolande Valks, ‘Van wie zijn de Wadden?’. Het is goed dat de discussie over de toekomst van het Waddengebied ook landelijk wordt gevoerd. Maar wie oproept tot kritische vragen, moet die kritische blik wel aan beide kanten toepassen.

Allereerst een belangrijke correctie. Wij zijn de Wadden is geen groep ondernemers die vooral opkomt voor bewegingsvrijheid en “economisch gewin”. Onze beweging bestaat uit bewoners, ondernemers, onze gasten, wadvaarders, vissers, natuurliefhebbers en andere betrokkenen uit het gehele Waddengebied. Inmiddels hebben meer dan 40.000 mensen onze petitie ondertekend.

Wat ons verbindt is niet de gedachte dat de Wadden “van ons” zijn. Integendeel. Onze overtuiging is dat de Wadden van niemand alleen zijn. Niet van ondernemers, niet van bewoners, maar óók niet van Rijkswaterstaat, natuurorganisaties of één bepaalde wetenschappelijke stroming.

Wij wijzen wetenschap niet af

Valks schrijft dat wij “bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek terzijde schuiven” en plaatst dat vervolgens in een patroon van wantrouwen tegenover overheid en wetenschap.

Dat is een zware kwalificatie, waarvoor in haar artikel geen onderbouwing wordt gegeven.

Wij bestrijden wetenschap niet. Wij vragen juist om méér wetenschappelijke onderbouwing.

Als menselijke aanwezigheid de oorzaak zou zijn van het niet behalen van bepaalde natuurdoelen, willen wij weten: waar blijkt dat uit, op welke locaties, voor welke soorten, in welke perioden en in welke mate?

En vooral: is aangetoond dat het afsluiten van gebieden daadwerkelijk leidt tot het gewenste ecologische herstel?

Dat zijn geen anti-wetenschappelijke vragen. Dat is wetenschap.

Juist in een gebied dat zo complex en dynamisch is als de Waddenzee moeten correlatie en causaliteit zorgvuldig uit elkaar worden gehouden. Wanneer een vogelsoort achteruitgaat, betekent dat niet automatisch dat lokale recreatie, een eilandbewoner op het wad of bestaand medegebruik daarvan de oorzaak is.

Klimaatverandering, voedselbeschikbaarheid, predatie, veranderingen in broedgebieden, visserij, verstoring buiten het Waddengebied en ontwikkelingen langs de gehele internationale trekroute kunnen eveneens een rol spelen.

Wie ingrijpende beperkingen voorstelt, moet daarom niet alleen aantonen dát een natuurdoel niet wordt gehaald, maar ook waardoor dat komt en waarom juist de voorgestelde maatregel effectief en noodzakelijk is.

De mens is geen nieuwkomer in het Waddengebied

In het artikel ontstaat bovendien een merkwaardige tegenstelling: aan de ene kant de vogels en de natuur, aan de andere kant de mens.

Maar zo eenvoudig is de geschiedenis van het Waddengebied niet.

Mensen wonen, werken, varen, vissen, jutten en recreëren hier al generaties lang. Het huidige Waddenlandschap is niet ontstaan in afwezigheid van mensen. Natuur, cultuur en menselijk gebruik hebben zich hier eeuwenlang naast en met elkaar ontwikkeld.

Dat betekent uiteraard niet dat alles overal moet kunnen.

Kwetsbare broedplaatsen verdienen bescherming. Wanneer op een concrete locatie aantoonbaar ernstige verstoring plaatsvindt, moet worden ingegrepen. Daarover bestaat wat ons betreft geen discussie.

Maar dat is iets wezenlijk anders dan grote gebieden uit voorzorg afsluiten zonder eerst overtuigend aan te tonen dat het bestaande gebruik daar daadwerkelijk het probleem veroorzaakt.

De Vliehors-Expres als beeld van verstoring

Valks noemt expliciet beelden van auto’s op het strand en de Vliehors-Expres die “over natuurgebied de Vliehors” rijdt.

Een vrachtwagen in een natuurgebied levert natuurlijk een krachtig televisiebeeld op.

Maar een krachtig beeld is nog geen ecologisch bewijs.

De relevante vraag is niet of een voertuig indrukwekkend oogt op televisie. De relevante vragen zijn: waar wordt gereden, wanneer wordt gereden, welke soorten bevinden zich daar, welke verstoring treedt daadwerkelijk op en wat is daarvan het effect op populatieniveau?

Als daar gedegen onderzoek naar is, leggen wij dat graag naast de praktijkgegevens en andere wetenschappelijke inzichten.

Maar de conclusie kan niet vooraf al vaststaan omdat een vrachtwagen op televisie minder natuurlijk oogt dan een vogel.

Het gaat niet alleen om geld

Misschien het meest tekenend is de formulering dat eilanders in het geweer komen wanneer zij zich aangetast voelen in hun “bewegingsvrijheid en economisch gewin”.

Daarmee wordt de werkelijke zorg van veel bewoners tekortgedaan.

Het gaat om veel meer.

Het gaat om kinderen die leren wat eb en vloed betekenen doordat ze zelf het wad opgaan. Om wadlopen, varen, vissen, pieren steken, schelpen zoeken en jutten. Om kennis die niet uit een informatiebord komt, maar van generatie op generatie wordt doorgegeven.

En ja, het gaat óók om werkgelegenheid en economie.

Dat is geen vies woord.

Op de eilanden zijn toerisme, bereikbaarheid, recreatie en lokale bedrijvigheid bepalend voor de leefbaarheid van gemeenschappen. Natuurbeleid dat daar diep op ingrijpt, moet die gevolgen serieus meewegen.

Beschermen doe je ook door mensen te verbinden

Valks schrijft dat onze gedachte dat toegankelijkheid ertoe leidt dat mensen voor een gebied gaan zorgen, in diverse situaties door het tegendeel zou worden bewezen.

Maar ook hier ontbreekt de onderbouwing.

Onze ervaring is juist dat betrokkenheid ontstaat door contact.

Een kind dat een krab vangt, een wadpier ziet, vogels leert herkennen of voor het eerst met blote voeten over het wad loopt, leert dat gebied kennen. En wat mensen kennen en liefhebben, zijn zij eerder bereid te beschermen.

Dat betekent niet dat iedere bezoeker zich automatisch goed gedraagt. Natuurlijk zijn regels, voorlichting, toezicht en waar nodig zonering noodzakelijk.

Maar er bestaat een wereld van mogelijkheden tussen alles toestaan en mensen buitensluiten.

Denk aan seizoensgebonden maatregelen, bescherming rond daadwerkelijke broedlocaties, duidelijke routes, betere voorlichting, begeleiding, toezicht en adaptief beheer.

Daarover willen wij praten.

De vraag die wij wél moeten stellen

Valks vraagt: Van wie zijn de Wadden?

Misschien is dat niet de juiste vraag.

De Wadden zijn niet exclusief van de eilandbewoner. Niet van de ondernemer. Niet van de toerist. Niet van de vogelaar. Niet van Rijkswaterstaat. En ook niet van natuurorganisaties.

Wij dragen er gezamenlijk verantwoordelijkheid voor.

Daarom verzetten wij ons niet tegen natuurbescherming. Wij verzetten ons tegen het idee dat natuurbescherming automatisch betekent dat de mens uit het landschap moet verdwijnen.

Wij vragen om aantoonbare noodzaak, wetenschappelijke onderbouwing, proportionaliteit, aandacht voor bestaand en cultuurhistorisch gebruik en volwaardige betrokkenheid van de mensen die al generaties lang onderdeel zijn van dit bijzondere gebied.

Valks eindigt haar opinie met de observatie dat de mensen op onze vlag niet naar de vogels kijken.

Wij zien daar iets anders in.

De mens en de vogel staan op dezelfde afbeelding.

Precies dát is waar Wij zijn de Wadden voor staat: niet mens óf natuur, maar mens én natuur.

Aant van der Veen
Voorzitter Stichting Wij zijn de Wadden